Praktijk KrachtWater

Eigenaarschap vragen? Of overlevingsgedrag organiseren?

Eigenaarschap vragen? Of overlevingsgedrag organiseren?

•

Identiteit. Ontwikkeling. Leiderschap. Cultuur. | Interim professional & organisatieontwikkelaar

Identiteit. Ontwikkeling. Leiderschap. Cultuur. | Interim professional & organisatieontwikkelaar

•

Veel organisaties willen meer eigenaarschap

Vrijwel iedere organisatie spreekt tegenwoordig over eigenaarschap.

Teams moeten meer initiatief nemen. Medewerkers moeten verantwoordelijkheid pakken, proactiever worden, meer meedenken en minder afhankelijk zijn van sturing vanuit leidinggevenden. Er wordt gezocht naar meer ondernemerschap binnen teams, meer autonomie en meer betrokkenheid bij besluiten en verandering.

De complexiteit binnen organisaties neemt toe. Verandering gaat sneller dan ooit en de hoeveelheid kennis, perspectieven en dynamiek die samenkomt binnen teams maakt het onmogelijk om alles nog centraal aan te sturen. Organisaties hebben mensen nodig die verantwoordelijkheid durven nemen, initiatief tonen en zelfstandig kunnen bewegen binnen een gedeelde richting.

Maar tegelijkertijd zie je in veel organisaties precies het tegenovergestelde ontstaan.

Mensen houden zich in. Wachten af. Worden voorzichtig in wat ze zeggen. Ze bewegen mee met de dominante richting, vermijden risico's of trekken zich juist terug zodra spanning ontstaat. En dat wordt vervolgens vaak uitgelegd als weerstand. Of als een gebrek aan motivatie, betrokkenheid of veranderbereidheid.

Maar meestal ligt de oorzaak ergens anders.

Veel organisaties vragen om eigenaarschap, terwijl de manier waarop ze samenwerken, communiceren en besluiten nemen juist gedrag activeert dat vooral gericht is op veiligheid, controle en het vermijden van risico.

Met andere woorden: het systeem activeert overlevingsgedrag.

Overlevingsgedrag is vaak veel normaler geworden dan we denken

Het lastige aan overlevingsgedrag is dat het zelden zichtbaar is als "probleemgedrag". In veel organisaties is het zo normaal geworden dat het nauwelijks nog wordt herkend.

Mensen worden voorzichtig in hun formuleringen. Politiek correct. Ze voelen aan welke richting dominant is en stemmen hun gedrag daarop af. Ze brengen een afwijkend perspectief minder snel in, wachten eerst af hoe anderen reageren of houden hun echte twijfel liever nog even voor zich, omdat ze voortdurend (vaak onbewust) bezig zijn met het inschatten van de veiligheid van het systeem waarin ze werken.

Hoeveel ruimte is hier werkelijk om iets anders te zeggen? Wat gebeurt er als ik spanning inbreng? Is er echt ruimte voor kritiek? Wordt afwijking gewaardeerd of uiteindelijk toch afgestraft? Dat proces verloopt razendsnel en grotendeels automatisch. Vaak hebben mensen zelf niet eens door hoeveel invloed die afwegingen hebben op hun gedrag.

Daar ontstaat een belangrijk verschil tussen organisaties die praten over eigenaarschap en organisaties waarin eigenaarschap daadwerkelijk ontstaat.

Gedrag ontstaat nooit los van de context

Veel organisaties kijken nog steeds naar gedrag, alsof het vooral een individueel vraagstuk is. Waarom neemt iemand geen initiatief? Waarom spreekt een team zich niet uit? Waarom wacht iedereen af, totdat de leidinggevende een besluit neemt? Maar gedrag ontstaat nooit in een vacuüm.

Mensen reageren continu op de context waarin ze werken. Op hoe besluiten genomen worden. Op hoe er gereageerd wordt op fouten, spanning en verschil van inzicht. Op de mate waarin er werkelijk ruimte is om iets in te brengen wat afwijkt van de dominante richting. Daarom heeft de manier waarop teams samenwerken en besluiten nemen veel meer invloed op gedrag dan vaak wordt gedacht.

Wanneer besluitvorming vooral draait om snelheid, controle en impliciete hiërarchie, ontstaat er automatisch aangepast gedrag. Mensen worden voorzichtiger, afhankelijker en meer gericht op het vermijden van fouten dan op het nemen van initiatief. Dat is geen bewuste keuze, maar het systeem dat gedrag logisch maakt.

Vergaderen als ritueel van bevestiging

In veel organisaties volgen overleggen nog steeds een patroon dat al jaren hetzelfde is. De leidinggevende bepaalt de agenda, leidt het gesprek, bewaakt de tijd en stuurt (bewust of onbewust) op de richting van het besluit. De rest sluit aan, reageert, denkt mee en probeert op een constructieve manier bij te dragen.

Aan de buitenkant lijkt dat efficiënt, maar onderliggend gebeurt vaak iets anders, want hoe sterker de interactie georganiseerd is rondom centrale sturing, hoe groter de kans dat mensen ontvanger worden van het overleg in plaats van mede-eigenaar van de kwaliteit van de interactie en besluitvorming. En daar gaat veel potentieel verloren.

Mensen luisteren wel, maar voelen niet automatisch verantwoordelijkheid voor het gesprek zelf. Ze denken mee, maar voelen niet altijd ruimte om het gesprek fundamenteel te beïnvloeden. De richting wordt vaak al aangevoeld, voordat alle perspectieven werkelijk zichtbaar zijn geworden.

Daardoor ontstaat er iets wat veel teams nauwelijks doorhebben: overleggen worden langzaam rituelen van bevestiging in plaats van plekken waar collectieve intelligentie werkelijk wordt benut.

Niet ieder gesprek vraagt hetzelfde

Wat hierin vaak ontbreekt, is helderheid over de bedoeling van een gesprek of onderwerp.

Waarom wordt iets ingebracht? Wat heeft degene die het onderwerp aandraagt eigenlijk nodig van de groep? Gaat het om feedback? Reflectie? Een besluit? Het ophalen van perspectieven? Kritische vragen? Of simpelweg hulp bij het scherper krijgen van het vraagstuk? Dat onderscheid lijkt praktisch, maar heeft enorme invloed op de kwaliteit van interactie.

Wanneer dit niet expliciet wordt gemaakt, reageren mensen vanuit hun eigen aannames. De één denkt direct in oplossingen. De ander probeert risico's te analyseren en weer iemand anders denkt dat er direct richting gekozen moet worden. Ondertussen had degene die het onderwerp inbracht misschien vooral behoefte aan vertraging, nuance of een ander perspectief.

Zo ontstaan gesprekken waarin iedereen actief deelneemt, maar niet altijd aan hetzelfde gesprek.

Rituelen zonder ritme verliezen hun kracht

Veel overlegstructuren zijn ooit ontstaan met een duidelijke bedoeling. Ze moesten zorgen voor afstemming, duidelijkheid en gezamenlijke richting, maar wanneer rituelen zich jarenlang herhalen zonder bewust opnieuw bekeken te worden, verliezen ze langzaam hun kracht.

Vergaderingen worden voorspelbaar. Teams weten vooraf vaak al hoe het gesprek ongeveer zal verlopen, wie het meeste spreekt en waar de uiteindelijke richting waarschijnlijk vandaan zal komen. Dat zorgt ervoor dat de energie verdwijnt. Mensen willen wel betrokken zijn, maar het ritueel heeft gaandeweg zijn verbinding met ontwikkeling, interactie en echte gezamenlijke verantwoordelijkheid verloren.

Sterke teams hebben daarom niet alleen structuur nodig, maar ook ritme. Een ritme waarin ruimte ontstaat voor reflectie, spanning, feedback, besluitvorming en gezamenlijke intelligentie. Waar niet alleen informatie wordt gedeeld, maar waar teams ook samen leren denken. Dat begint vaak al voor het overleg.

Door vooraf helder te maken waarom een onderwerp wordt ingebracht, welke vorm van interactie gewenst is en wat het doel van het gesprek eigenlijk is. Zelfs iets ogenschijnlijk eenvoudigs als aangeven hoeveel tijd een onderwerp ongeveer nodig heeft, verandert de dynamiek al. Het maakt verwachtingen explicieter, zorgt voor meer focus en geeft mensen meer duidelijkheid over hoe zij kunnen bijdragen aan het geheel.

"Veel van wat we management noemen, bestaat uit het moeilijker maken voor mensen om hun werk goed te doen." - Peter Drucker

Leiderschap bepaalt de emotionele onderstroom

Onder druk kijken teams automatisch naar leiders. Niet alleen naar wat zij zeggen, maar vooral naar hoe zij zelf omgaan met spanning, onzekerheid en verschil van inzicht.

Wanneer leiders defensief worden, controle vergroten of spanning snel proberen glad te strijken, neemt het systeem dat gedrag over. Mensen voelen feilloos aan hoeveel ruimte er werkelijk is. Maar wanneer leiders spanning niet direct hoeven op te lossen, verschillen kunnen verdragen en ruimte laten ontstaan voor perspectieven die nog niet zichtbaar zijn, gebeurt er iets anders: er ontstaat veiligheid.

Niet als soft begrip, maar als een voelbare context waarin mensen ervaren dat ze daadwerkelijk iets kunnen inbrengen zonder direct risico te lopen op afwijzing of correctie. En dat biedt de noodzakelijke en veilige ruimte om eigenaarschap te laten ontstaan. Het wordt niet gevraagd, maar het wordt logisch binnen de dynamiek van het team.

Feedback laat zien hoe veilig een team werkelijk is

Misschien wordt nergens zo zichtbaar hoe gezond een teamdynamiek werkelijk is als in feedback.

In veel organisaties komt de meest eerlijke feedback pas na het overleg. In wandelgangen, kleinere groepjes of informele gesprekken, waarin mensen alsnog uitspreken wat ze eerder niet op tafel kregen. Daardoor blijft belangrijke informatie buiten beeld, omdat het systeem onvoldoende veiligheid organiseert om haar onderdeel te laten worden van de interactie, wat ten koste gaat van de kwaliteit van de besluitvorming.

Eigenaarschap ontstaat niet onder druk

Misschien is dat uiteindelijk wel de belangrijkste misvatting binnen veel organisaties. Eigenaarschap ontstaat niet doordat je het vraagt en ook niet doordat je mensen simpelweg meer autonomie geeft. Eigenaarschap ontstaat wanneer mensen zich veilig genoeg voelen om verantwoordelijkheid daadwerkelijk te dragen.

Wanneer er ruimte is om fouten te maken. Om spanning bespreekbaar te maken. Om een verschil zichtbaar te laten worden zonder direct afgerekend te worden. Pas dan ontstaat initiatief dat niet voortkomt uit druk of controle, maar uit betrokkenheid en verbinding met het geheel.

Organiseer je in jouw team werkelijk eigenaarschap of vooral gedrag dat helpt om veilig door het systeem heen te bewegen?

Tot slot

Veel organisaties proberen gedrag te veranderen zonder de condities te veranderen waarin dat gedrag ontstaat. Zolang de onderliggende dynamiek hetzelfde blijft, blijft het systeem steeds opnieuw hetzelfde gedrag oproepen.

De grootste ruimte voor ontwikkeling ligt niet in harder sturen op eigenaarschap, maar in het creëren van een omgeving waarin mensen zich veilig genoeg voelen om het daadwerkelijk te nemen.